vrijdag 22 september 2017

Woumense verenigingen KWB en KVLV ontdekken Kortrijk


De leden van de Woumense verenigingen KWB en KVLV zijn onlangs op verkenning gegaan in Kortrijk. Op het programma stond onder meer een bezoek aan Textuur, het nieuwe museum rond het vlas. De aanwezigen namen ook vol enthousiasme deel aan een stadswandeling. In het begijnhof nam het vrolijke gezelschap even de tijd voor een groepsfoto.


>>> Fotoalbum (klik hier)
Begijnhof van Kortrijk
Het ontstaan van Begijnhoven zoals dat van Kortrijk is een uniek verschijnsel voor onze regio, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 13de eeuw. In verschillende steden in Vlaanderen vormden ze een vast onderdeel van het stadslandschap en kenden ze een soms bewogen geschiedenis.
Het Begijnhof van Kortrijk werd vermoedelijk in 1238 door gravin Johanna van Constantinopel gesticht en is één van de belangrijkste historische sites in de binnenstad. Het is een combinatie van een straten- en pleinbegijnhof en heeft ondanks de uitbreidingen zijn integriteit en authenticiteit doorheen de eeuwen weten te bewaren. Bovendien telt het Begijnhof 41 woningen, waarvan geen twee woningen hetzelfde zijn.
Deze ‘stad in de stad’ valt op door de ligging pal in het centrum van de stad, zichtbaar vanaf de markt, en geprangd tussen de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Maartenskerk. Van alle door Unesco erkende begijnhoven is dat van Kortrijk het enige dat zo nauw verweven is met het centrum van de stad. Ondanks het feit dat het, zoals de meeste begijnhoven, aan de rand van de middeleeuwse stad was opgetrokken.
Het Begijnhof van Kortrijk is ook nauw verweven met de geschiedenis van de gravinnen van Vlaanderen die in Kortrijk hun thuishaven hadden. Zonder die grafelijke bescherming zou de begijnenbeweging in Vlaanderen nooit tot bloei zijn kunnen komen.

>>> Fotoalbum (klik hier)











Texture, museum over Leie en Vlas
Texture vertelt het ruime vlasverhaal in drie totaal verschillende kamers. Je start in de Wonderkamer: een speels laboratorium over vlas in je dagelijkse leven. Wonderlijk in hoeveel producten vlas verwerkt zit! Vlas is nu inspirerend materiaal voor designers, wetenschappers en ondernemers. Kijken, voelen, proeven, uittesten en ontdekken mag! De Leiekamer vertelt hoe de vlasnijverheid de ontwikkeling van deze agrarische streek naar een industriële en verstedelijkte regio beïnvloedde. Met authentiek beeldmateriaal, warme getuigenissen en intrigerende objecten. De Schatkamer toont een selectie pronkstukken, namelijk de museumcollectie gemaakt met vlaslinnen: kant, fijn damast, linnen handwerk…


TEXTURE wil niet alleen het verhaal van het vlasverleden vertellen, maar zeker ook de link leggen naar de vlasgerelateerde bedrijven in de regio die vandaag nog altijd belangrijke spelers zijn in de textielwereld.
Vlasmuseum

De geschiedenis van het Vlasmuseum begint in de jaren zestig. De vlasnijverheid was de belangrijkste economische activiteit in het zuiden van West-Vlaanderen. Wanneer deze sector door een zware crisis ging, besefte Bert Dewilde dat dit streekverhaal verloren zou gaan. Daarom startte hij met een verzameling van werktuigen. Samen met enthousiaste vrijwilligers en met de ondersteuning van bedrijven werkte hij aan diverse educatieve tentoonstellingen. In 1982 ging het Nationaal Vlasmuseum voor het grote publiek open.

Kant en linnenmuseum

Door massale spontane schenkingen aan het museum groeide bij Bert en Annick Dewilde het idee om een tweede vleugel te openen over de afgewerkte vlasproducten. In 1998 was het Kant- en Linnenmuseum een feit. De hulp van vele vrijwilligers, scholen en sponsors was cruciaal voor de rol die het museum speelde in de regio. Het Vlasmuseum stond gekend voor zijn realistische taferelen, zijn paard, zijn mooie verzameling kant en natuurlijk zijn enthousiaste demonstrateurs. Het museum sleepte talrijke erkenningen in de wacht waaronder het label van erkend museum met regionale indeling, de internationale prijs voor autocartoerisme én het bezoek van bekende staatshoofden.

Onder leiding van Lies Buyse werd sinds 2009 gewerkt aan een grondige herprofilering van het museum en de verhuis naar een betekenisvolle locatie. Deze locatie vertaalde zich in een vlasverzendhuis uit 1912 in het centrum van Kortrijk.  Na een sluitingsperiode van twee jaar heropent het museum in 2014 de deuren als Texture en breit het een nieuw hoofdstuk aan een reeds mooi verhaal. Vanaf nu ontdekken jong en oud waardevolle collecties vlas en textiel via een fris verhaal in een modern museumgebouw




Ligging

Texture ligt naast de Leie, dé poort naar het industrieel erfgoed van de streek. Dit is op wandelafstand van het historisch & toeristisch centrum van Kortrijk. De ligging is eveneens gekend voor de verbindingsas die het vormt voor fiets- en boottoerisme in de streek. Overleie, de wijk waar Texture deel van uitmaakt is momenteel in volle ontwikkeling.  Een masterplan realiseert een aantal belangrijke werken die interessant zijn voor de integratie van het museum in zijn buurt.  












Geschiedenis 
Het gebouw werd vanaf 1912 gebruikt door de Linen Thread Company als verzendhuis en had een stevige reputatie onder de vlassers. Vandaag blijft het gebouw één van de belangrijkste overblijfselen van de vlasnijverheid. Het bedrijf werkte samen met grote Ierse & Schotse spinners en drukte de prijzen door middel van grote groepsaankopen. Het gebouw werd in de volksmond ook wel eens spottend “Het Engels syndicaat” genoemd. Het staat dus ook symbool voor het belang dat de internationale linnensector aan het gewas hechtte.







Ontwerp
noArchitecten en Madoc toverden het pand om tot een modern museum. Door de hedendaagse industriële elementen te gebruiken, kozen ze ervoor om het industriële verleden van het gebouw extra in de verf te zetten. De bovenste verdieping volledig goud kleuren is dan weer een knipoog naar de Golden River. Het gebouw biedt naast de permanente presentatie ook een polyvalente ruimte, een bistro, bureaus, een atelier en een ruim onthaal aan. 






De Golf van Olivier Strebelle

De Golf van Olivier Strebelle op het Schouwburgplein te Kortrijk is een prachtig kunstwerk. In 1996 werd Olivier Strebelle met zijn fontein uitgeroepen tot laureaat van de wedstrijd Kunstwerk op het Schouwburgplein. De Brusselaar ontwierp een constructie samengesteld uit aanvankelijk acht, nadien elf buizen in roestvrij, gepolijst staal. Die buizen, elk 23 meter lang, moeten evenveel waterstralen teweegbrengen. Ze vertrekken vanuit een ronde luchtkoker in een golvende beweging naar het hellend vlak. Het kunstwerk weegt vijf ton en staat bovenop de ondergrondse parking nv Ladeuze.

Redactie, foto's, film: Bertrand Vande Ginste - www.woumen.eu

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Dappere OKRA fietsers gezegend de weg op

Voor de leden van OKRA was het lang wachten geblazen op de start van het nieuwe fietsseizoen. Corona zorgde er immers voor dat men slechts e...